Index

Tweede klacht over werkwijze  Geschillencommissie

 

                                                                                                                                              20 mei 2008

Geachte Geschillencommissie,

 

Op 16 april heb ik per brief een aantal klachten ingediend met betrekking tot de werkwijze van de commissie Telecommunicatie.

Helaas ben ik genoodzaakt opnieuw een klacht in te dienen, dit keer  naar aanleiding van de zitting van 16 mei. Aan het einde van deze zitting, die behoorlijk uitliep, werd mij door de voorzitter het woord ontnomen, waardoor ik mijn standpunt  onvoldoende heb kunnen toelichten.

 

De oorsprong  van het probleem is door mij in de vorige brief reeds aangekaart.

 

Begin maart ontving ik van de commissie het standpunt van Pretium. De commissie meldt in de begeleidende bericht  gedateerd 3 maart 2008 dat vanaf dit willekeurige en  voor ons onverwachte moment niet meer schriftelijk gereageerd mag worden. 

De website van de Geschillencommisie zegt: Ja, u kunt tot één week voor de zitting nog relevante informatie schriftelijk aan uw dossier toevoegen…..

De zitting vindt uiteindelijk  pas op 16 mei 2008 plaats.

 

De brief van 3 maart stelt verder:  “Desgewenst krijgt u de gelegenheid om tijdens de mondelinge behandeling van de zaak ter zitting op de reactie van de wederpartij in te gaan”.

Het standpunt van Pretium bestaat uit een verweer van maar liefst 10 bladzijden en  rond 90 bladzijden aan bijlagen. Ere wie ere toekomt, een schat aan informatie. Het verweer geeft een goed beeld van het standpunt van Pretium en van de Geschillencommissie. Het suggereert, op basis van eerdere uitspraken van de Commissie, dat de zaak voor Pretium een gelopen race is.

 

Het pakket bevat een grote hoeveelheid informatie die nieuw voor mij is en waar ik dus niet eerder op kon reageren:

 

Pretium citeert veelvuldig het standpunt van de Geschillencommissie. Raadpleging van diverse  bronnen   geeft mij de overtuiging, dat zowel het standpunt van de Commissie als van Pretium  niet overeenkomt met Wet en regelgeving.

 

Op 22 april 2008 ontvang ik de uitnodiging voor de zitting.

Hierin staat vermeldt : “U krijgt gelegenheid om die vragen (van de Commissie (GvdK)) te beantwoorden en uw standpunt nader toe te lichten. Daarbij is het niet de bedoeling een schriftelijk pleidooi aan de Commissie te overhandigen”.  

 

Dit geeft mij een bang vermoeden, dat ik ben overgeleverd aan de vraagstelling van de Commissie en dat ik mijn uitgebreide argumentatie niet via een logisch opgebouwd verhaal en in zijn totaliteit zal kunnen overbrengen.

 

Ter zitting komt mijn vermoeden  uit.  Ik krijg geen gelegenheid voor een reactie op het verweer van Pretium, maar beantwoord vragen van de Commissie. Ik ben geen jurist en, zacht gezegd, geen begenadigd spreker, zeker niet betreffende subtiele, ingewikkelde juridische vraagstukken en heb er moeite mee, om van de voorbereide volgorde af te moeten wijken.

Ik heb, voor zover ik mij herinner, Pretium 1 maal onderbroken, met de vraag aan de voorzitter om de wettelijke ontbindingstermijn te mogen  behandelen.  

 

Ik heb mij beperkt tot hoofdzaken:

 

Tijdens deze opsomming onderbrak de voorzitter mij en sommeerde mij af te sluiten. Niet alle wettelijke onvolkomenheden aan de voicelog heb ik daardoor naar voren kunnen brengen. Ook  problemen met de Algemene Voorwaarden zijn niet aan de orde gekomen.

 

Bij het antwoord op de vraag of ik een schikking wilde, werd ik direct door de voorzitter geïnterrumpeerd na de woorden ”Ik wil een uitspraak,…”.

Aan het einde van de zitting werd Pretium gevraagd naar de telefoonkosten. Op mijn vraag of ik ook onze kosten mocht specificeren, werd mij verteld, dat ik niet steeds nieuwe onderwerpen naar voren mocht brengen…

 

Samenvattend.

 

Ik heb naar beste weten geprobeerd de regels van de Geschillencommissie te volgen. Gaandeweg  de procedure werden  de mogelijkheden om mijn standpunt weer te geven op voor mij  onverwachte momenten ingeperkt.  Op welk moment ik anders in deze procedure had moeten handelen, het is mij nog steeds een raadsel .

Mijn doelstelling was, dat middels een uitspraak van deze Commissie de (oudere) consument de bescherming krijgt, die in Wet en regelgeving is vastgelegd.

Ik hoop nog steeds dat dit lukt,