Index

Antwoord Pretium Telecom Kanton

Rechtbank te Haarlem, sector kanton

EXCEPTIE VAN ONBEVOEGDHEID C.Q. NIETONTVANKELIJKHEID TEVENS HOUDENDE CONCLUSIE VAN ANTWOORD

Datum zitting: 15 oktober 2008

Rolnummer: 397515 CV EXPL 08-11099

Inzake

de besloten vennootschap PRETIUM TELECOM B.V. gevestigd te Haarlem, hierna: Pretium Telecom of Gedaagde, behandelend advocaten: mr. C.E. Santman en mr. N. J. Linssen te Den Haag tegen

PIPO wonende te Pipostad, hierna: Eiser, gemachtigde: pipootje.

Gedaagde doet zeggen en concluderen voor:

I. EXCEPTIE VAN ONBEVOEGDHEID C.Q. NIET-ONTVANKELIJKHEID:

1. In het petitum van de inleidende dagvaarding vordert eiser (hierna ook "Eiser") schadevergoeding en ontbinding van een tussen hem en gedaagde (hierna ook "Pretium Telecom") gesloten overeenkomst.

2. Krachtens artikel 16 van de Algemene Voorwaarden van Pretium Telecom heeft eiser een geschil aanhangig gemaakt bij de Geschillencommissie Telecommunicatie, onder andere met betrekking tot de vraag of de tussen partijen gesloten overeenkomst rechtsgeldig door gedaagde is ontbonden. Krachtens het Reglement van de Geschillencommissie Telecommunicatie heeft die Geschillencommissie op 3 juli 2008 haar bindend advies ("de Uitspraak") aan partijen~ verzonden (productie A). In deze Uitspraak heeft de Geschillencommissie de klacht van eiser in alle opzichten ongegrond verklaard en geoordeeld dat tussen partijen een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen.

3. Krachtens artikel 26 van het Reglement van de Geschillencommissie Telecommunicatie (productie B) had eiser vervolgens de mogelijkheid om gedurende twee maanden na de verzending van de Uitspraak dit bindend advies ter toetsing aan de gewone rechter voor te leggen. Dit heeft gedaagde nagelaten. Derhalve is de Uitspraak tussen partijen onaantastbaar geworden.

4. Onder deze omstandigheden is de kantonrechter niet bevoegd om te oordelen omtrent een vordering tot schadevergoeding respectievelijk ontbinding van de overeenkomst tussen partijen, althans dient eiser in zijn vorderingen niet-ontvankelijk te worden verklaard.

II. ANTWOORD:

Inleiding

5. Pretium Telecom betwist al hetgeen door Eiser bij dagvaarding is gesteld, voor zover die stellingen in het hiernavolgende niet uitdrukkelijk worden erkend.

6. Blijkens het petitum van de inleidende dagvaarding vordert Eiser een verklaring voor recht dat zijn overeenkomst met Pretium Telecom ontbonden is c.q. wordt de kantonrechter verzocht om die overeenkomst te ontbinden.

7. Voorts vordert Eiser een schadevergoeding van EUR 450,- met wettelijke rente daarover vanaf 1 november 2007.

8. De vorderingen van eiser dienen echter te worden afgewezen om de navolgende redenen.

Relevante feiten

9. Tussen Pretium Telecom en Eiser bestond een geschil over de totstandkoming van een abonnement voor een vaste telefoonaansluiting. Eiser heeft dit geschil voorgelegd aan de Geschillencommissie Telecommunicatie die dit geschil heeft behandeld in overeenstemming met haar Reglement (productie B). De Geschillencommissie heeft haar bindend advies (hierna "de Uitspraak") aan partijen verzonden op 3 juli 2008. Daarbij is de klacht van Eiser ongegrond geoordeeld.

10. Het door Eiser bij de Geschillencommissie aanhangig gemaakte geschil moet worden gezien binnen de context van de invoering van Wholesale Line Rental (hierna ook "WLR") in Nederland, per 1 januari 2007. Die invoering is het gevolg van regulering door OPTA op basis van de Telecommunicatiewet en heeft plaatsgevonden na jarenlange procedures en tegenwerking door KPN (Zie de volgende uitspraken: OPTA/TN/2005/203470 Marktanalysebesluit voor toegang tot het vaste openbare telefoonnetwerk, 21december 2005; OPTA/TN/2006/202304 Besluit inzake implementatie).

11. WLR maakt het mogelijk voor consumenten om niet alleen voor hun uitgaande telefoongesprekken een alternatieve aanbieder zoals Pretium Telecom of Tele2 te kiezen (de carrier (pre) select of CPS-dienst), maar ook om voor het abonnement voor hun vaste telefoonverbinding (vastnetabonnement) over te stappen op deze aanbieders (WLR 23 augustus 2006; OPTA/TN/2006/203318 Besluit Tariefregulering WLR, 15 december 2006; Vz CBB 10 februari 2006, LJN: AV1487 en CBB 30 november 2006, LJN: AZ3361).

12. Een overstap naar het vastnetabonnement van Pretium Telecom biedt consumenten zoals eiser louter financieel voordeel, aangezien de abonnementskosten voor het vastnetabonnement bij Pretium Telecom lager zijn dan de abonnementskosten die voorheen aan KPN werden betaald. Pretium Telecom levert dus een bestaande dienst die toch al door de consument werd afgenomen, met exact dezelfde functionaliteit, tegen lagere kosten (Als vangnet biedt Pretium Telecom ook nog de Pretium Garantie Voice aan, waarbij de abonnee dubbel het verschil terugkrijgt indien hij aantoont dat zijn rekening bij een andere aanbieder lager zou zijn geweest dan bij Pretium Telecom).

Wervingsprocedure

13. Al jarenlang werft Pretium Telecom - net als KPN en andere WLR en CPS aanbieders - klanten via telemarketing. Ook voor de werving van WLR-klanten maakt Pretium Telecom gebruik van telemarketing. Pretium Telecom hanteert daarbij de procedure zoals omschreven in de procedure bij de Geschillencommissie. De relevante stukken uit de procedure bij de Geschillencommissie worden hierbij overgelegd als productie C (Bijlage 3 bij het verweerschrift is vervangen door een latere versie van het script die blijkens de voicelog in het geval van Eiser is gebruikt).

14. Zoals ook in de procedure bij de Geschillencommissie uiteen is gezet vinden telefoongesprekken met mogelijke klanten plaats volgens een voorgeschreven script ( zie productie C, bijlage 3);

a) Indien een eindgebruiker klant van Pretium Telecom wil worden, wordt de telefonische wilsovereenstemming vastgelegd in een zogenaamde voicelog. Dat is dus het gedeelte van het telefoongesprek met de wilsovereenstemming; de voicelog van het telefoongesprek met Eiser is opgenomen in productie C, bijlage 14;

b) Vervolgens krijgt de klant een welkomstbrief, waarin een opt-out clausule is opgenomen, met daarbij een welkomstmap (productie C, bijlage 4, zie voor het individuele exemplaar van de welkomstbrief zoals verzonden aan Eiser productie C, bijlage 15). In de welkomstmap die de bijlagen bij de welkomstbrief bevat, treft de klant de volgende informatie aan : de inhoud van Pretium Telecom Garantie Voice, een overzicht met antwoorden op de meest gestelde vragen, een handleiding met betrekking tot het instellen van Pretium Telecom voicemail, informatie omtrent de abonnementen en een overzicht met de door Pretium Telecom gehanteerde tarieven.

c) Indien de klant vervolgens binnen de opt-out termijn gebruikt maakt van de opt-out mogelijkheid (dat kan telefoni sch of schriftelijk) dan komt de overeenkomst niet tot stand en ontvangt de klant een opt-out bevestigingsbrief. (productie C, bijlage 5);

d) Wanneer de opt-out termijn ongebruikt verstrijkt, doet Pretium Telecom vervolgens een verzoek tot overname van het vastnetabonnement aan KPN;

e) Pretium Telecom ontvangt vervolgens van KPN bericht of het verzoek tot overname van het vastnetabonnement door KPN wordt geaccepteerd. Zodra Pretium Telecom dit bericht van KPN ontvangt, bevestigt zij de acceptatie door KPN en de plandatum voor de overgang van het vastnetabonnement aan de klant (productie C, bijlage 6);

f) Zodra de overname van het vastnetabonnement een feit is, bevestigt Pretium Telecom dit aan de klant (productie C, bijlage 7);

g) Wanneer er na het verstrijken van de opt- out termijn nog verzoeken om annulering bij Pretium Telecom binnenkomen, dan onderzoekt Pretium Telecom op basis van de voicelogs of er een rechtsgeldige wilsovereenstemming tot stand is gekomen. Indien dat onverhoopt niet het geval blijkt te zijn, wordt meegewerkt aan de overdracht van het abonnement aan een andere aanbieder (productie C, bijlage 8).

h) Indien wel een rechtsgeldige wilsovereenstemming tot stand is gekomen, dan ontvangt de klant bericht dat hij wel over kan stappen, maar dat de resterende maandtermijnen in dat geval in een keer in rekening worden gebracht (productie C, bijlage 9). De klant moet in dat geval zelf een nieuw contract met de aanbieder van zijn keuze aangaan.

15. Deze hele door Pretium Telecom toegepaste procedure is volledig in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving. Niet alleen Pretium Telecom maar alle marktpartijen (waaronder ook KPN) hanteren soortgelijke wervingsprocedures, waarbij de wilsuiting van de klant om naar een andere aanbieder over te stappen zoals gegeven in een telemarketinggesprek wordt bevestigd middels de combinatie van voicelog en welkomstbrief en waarbij de opt-out mogelijkheid in de welkomstbrief wordt geboden.

Relevante uitspraken procedures inzake WLR

16. Pretium Telecom is herhaalde malen ten onrechte negatief in de publiciteit geweest.

17. Deze onterechte beschuldigingen hebben Pretium Telecom genoodzaakt tot het voeren van een aantal kort geding procedures tegen onder meer de Consumentenautoriteit, de Stichting de Ombudsman, KPN en De Telegraaf.

18. Een overzicht van de uitspraken van Voorzieningenrechters in verband met negatieve uitlatingen over Pretium Telecom door de Consumentenautoriteit, de Stichting Ombudsman, KPN en De Telegraaf is opgenomen in productie D.

Daarnaast is de verkoopmethode zoals hierboven omschreven een aantal malen getoetst door de Geschillencommissie, de Reclame Code Commissie en OPTA (zie eveneens het overzicht overgelegd als productie D). Uit al deze uitspraken blijkt:

a Er is geen sprake van misleiding door Pretium Telecom; met name wekt Pretium Telecom niet de indruk namens KPN te bellen;

b De verkoopmethoden van Pretium Telecom zijn door de vele rechters die daarover vanaf mei 2007 hebben geoordeeld niet in strijd geacht met enige wettelijke bepaling;

Verloop van de procedure Geschillencommissie

19. Op 28 oktober 2007 is door de heer Eiserotje als gemachtigde van Eiser het geschil voorgelegd aan Geschillencommissie (zie productie C, bijlage 18).

20. Op 27 februari heeft Pretium Telecom een verweerschrift ingediend bij de Geschillencommissie (productie C, bijlage 17).

21. Op 16 mei 2008 is het geschil tussen Eiser en Pretium Telecom ter zitting door de Geschillencommissie mondeling behandeld.

22. Op 3 juli 2008 heeft de Geschillencommissie uitspraak gedaan. Pretium Telecom is in de Uitspraak op alle punten in het gelijk gesteld (productie A).

Toetsing bindend advies

23. Zoals hierboven bij de exceptie van onbevoegdheid c.q. niet-ontvankelijkheid is aangegeven vordert Eiser in het petitum van zijn dagvaarding geen vernietiging van het bindend advies. Voor het geval de kantonrechter zich desalniettemin bevoegd zou achten van de vorderingen van Eiser kennis te nemen en Eiser ontvankelijk zou achten, en het bindend advies in het kader van de onderhavige procedure inhoudelijk zou worden getoetst wordt het navolgende aangevoerd.

24. Een bindend advies komt slechts dan voor vernietiging in aanmerking indien de beslissing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Voor wat betreft de maatstaf die moet worden aangelegd wordt aansluiting gezocht bij artikel 6:248 lid 2 BW. Dat betekent dat terughoudendheid is geboden. In de jurisprudentie en wetsgeschiedenis wordt dit bevestigd (Zie in dit verband HR 18 juni 1993, NJ 1993, 615 (Fysiotheraphie Gruythuysen/ Stichting Centraal Ziekenfonds) en HR 12 september 1997, NJ 1998, 382 (Confood/Zurich). Uitsluitend ernstige gebreken geven aanleiding tot een sanctie: de beslissing is onaantastbaar als de grenzen waarbinnen redelijk denkende mensen van mening kunnen verschillen, niet zijn overschreden (Parlementaire Geschiedenis Bock 7 BW, Toelichting Meijers p. 1146/1147).

25. Het bindend advies mag volgens bestendige rechtspraak slechts marginaal worden getoetst. De beslissing is slechts dan aantastbaar indien de beslissende persoon, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, in redelijkheid niet tot zijn beslissing heeft kunnen komen. In het hiernavolgende zal toegelicht worden waarom de Geschillencommissie in alle redelijkheid tot de Uitspraak heeft kunnen komen en deze derhalve niet voor vernietiging in aanmerking komt.

Afwijzing van de vorderingen van Eiser

26. Pretium Telecom is van oordeel dat primair de kantonrechter zich onbevoegd dient te verklaren c.q. Eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard en subsidiair dat de vorderingen van Eiser moeten worden afgewezen.

Geen schending van fundamentele beginselen van procesrecht

27. Eiser stelt dat tijdens de behandeling van zijn geschil door de Geschillencommissie fundamentele beginselen van procesrecht zijn geschonden. Ten tijde van de mondelinge behandeling van het geschil zou Eiser het woord zijn ontnomen. De Geschillencommissie besteedt in de uitspraak aandacht aan dit bezwaar van Eiser en merkt het volgende op:

“Ter zitting is de consument onderbroken in zijn betoog en de consument heeft daar bezwaar tegen gemaakt. De zitting is bestemd voor een mondelinge toelichting van de schriftelijke standpunten, zoals die zich in het dossier bevinden, en voor het stellen van vragen door de commissie. De behandelduur is vijfentwintig minuten tot een half uur. Partijen plegen een keer het woord te krijgen voor een toelichting en mogen, voor zover nieuwe standpunten naar voren worden gebracht, daar nog een keer op reageren. De consument heeft tot driemaal toe het woord gekregen om zijn standpunt te onderbouwen en heeft telkenmale nieuwe argumenten naar voren gebracht. De behandelduur ter zitting was ongeveer tweemaal de daarvoor gebruikelijke tijd. Gelet ook op de behandeling van ook andere geschillen op dezelfde dag heeft de voorzittier zich genoodzaakt geacht daarop de behandeling op enig moment af te ronden en de consument het woord te ontnemen."

28. Gelet hierop kan niet worden volgehouden dat de Geschillencommissie in redelijkheid niet tot deze beslissing heeft kunnen komen. Bovendien heeft de Geschillencommissie deze beslissing voldoende gemotiveerd. Voor zover uw rechtbank al zou vinden dat deze handelwijze van de Geschillencommissie in strijd is met de beginselen van een goede procesorde, heeft Eiser bovendien niet aannemelijk gemaakt hierdoor in zijn verdediging te zijn geschaad. In dit verband wordt nog opgemerkt dat Eiser tijdens de mondelinge behandeling bij de Geschillencommissie aanzienlijk meer spreektijd heeft gekregen dan Pretium Telecom.

29. Voorts zou volgens Eiser in de Uitspraak op belangrijke punten niet worden ingegaan op het verweer dat Eiser voerde tijdens de mondelinge behandeling van het geschil. In het bindende advies zijn de essentiele standpunten van Eiser echter besproken. Uit de rechtspraak blijkt ook dat dit voldoende is. Pretium Telecom wijst in dit verband op een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin het volgende wordt overwogen(Kantonrechter Den Haag 15 feb 2006, LJN AX7756).

“dat in de bindende adviezen niet alles wat eiser in de correspondentie en ter mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht is vermeld en besproken, leidt niet tot schending van de beginselen van procesrecht. Voldoende is dat de essentiele standpunten van eiser zijn besproken."

30. In dit kader past ook de klacht van Eiser waar hij stelt dat de Geschillencommissie geen enkele aandacht heeft besteed aan de specifieke situatie waarin hij zich ten tijde van het sluiten van de overeenkomst zou hebben bevonden, i.e. zijn aanstaande verhuizing en slechthorendheid. Ook dit is onjuist.

31. In de Uitspraak is onder het kopje "standpunt van de consument" de argumentatie van Eiser ter zake van zijn specifieke situatie (de verhuizing, slechthorendheid) ondubbelzinnig terug te vinden. Ook in de beoordeling van het geschil gaat de Geschillencommissie op de standpunten van Eiser in voor zover deze relevant zijn voor de beoordeling van het geschil. De Geschillencommissie is dus niet aan de argumentatie van Eiser voorbij gegaan. Ook ten aanzien hiervan kan derhalve niet worden volgehouden dat de Geschillencommissie niet in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen, noch dat hiermee de beginselen van de goede procesorde zijn geschaad.

32. Daarnaast klaagt Eiser erover dat de procedure voorafgaand aan de zitting op voor hem nadelige wijze is verlopen. Ook hiervan is geen sprake geweest. De procedure is geheel conform het reglement van de Geschillencommissie verlopen. Eiser is ruimschoots in de gelegenheid geweest zijn standpunt kenbaar te maken.

33. Voorts stelt Eiser dat de Geschillencommissie niet inhoudelijk heeft gereageerd op zijn stelling dat een telefonische machtiging voor de automatische incasso van de abonnements- en gesprekskosten niet rechtsgeldig tot stand zou zijn gekomen omdat deze niet in overeenstemming zou zijn met de voorwaarden die Currence stelt aan de telefonische automatische incasso. Ook ten aanzien hiervan geldt dat de Geschillencommissie in redelijkheid heeft kunnen besluiten niet inhoudelijk op deze stelling te reageren daar deze niet essentieel is voor de beoordeling van de vraag of een geldige overeenkomst tot stand is gekomen.

Voor wat betreft de inhoudelijke beoordeling van deze stelling is Pretium Telecom van oordeel dat deze onjuist is. Currence is geen autoriteit of regelgevende instantie die dwingende voorwaarden kan opleggen. Het is een joint venture tussen de grote Nederlandse banken. Currence insinueert dat er aan een  

telefonische machtiging extra eisen zijn verbonden, waaronder een verbod op het vragen van een telefonische machtiging bij koude werving. Hiervoor bestaat echter geen enkele juridische grond. Er bestaat geen enkele wettelijke regel die deze voorwaarden stelt aan het vragen van telefonische machtigingen. De door Currence genoemde regel is feitelijk niet meer dan een richtlijn van Currence of hooguit een private afspraak tussen de banken.

34. Tot slot heeft de Geschillencommissie terecht geen belang gehecht aan de opmerking van Eiser dat zijn aansluiting zou worden verhuisd. Het verhuizen van een aansluiting betekent niet dat een consument geen gebruik kan maken van WLR. Pretium Telecom is, evenals andere aanbieders, in staat een verhuizing, met medewerking van KPN, te realiseren. De stelling van Eiser dat "switchen van provider en verhuizing niet /kan/ gecombineerd worden bij de huidige telecom-regelgeving" is op niets gebaseerd en volstrekt onjuist. Dat Eiser Pretium Telecom niet tijdig heeft ingelicht over de aanstaande verhuizing kan Pretium Telecom uiteraard niet worden toegerekend.

35. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de beginselen van de goede procesorde noch gedurende de schriftelijke procedure, noch gedurende de mondelinge behandeling ter zitting zijn geschonden. De totstandkoming van het bindend advies is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.

Geen strijd met dwingendrechtelijke bepalingen

36. Volgens Eiser kan de Uitspraak niet in stand blijven omdat de voicelog ten onrechte zou zijn goedgekeurd. Eiser stelt dat Pretium Telecom bepaalde informatie niet tijdens het telemarketinggesprek heeft gemeld waardoor sprake zou zijn van strijd met dwingendrechtelijke bepalingen.

37. Pretium Telecom is om te beginnen van oordeel dat dit argument niet tot toewijzing van de vordering kan leiden, aangezien Eiser daarmee bezwaren aanvoert die hij niet eerder in het geschil bij de Geschillencommissie naar voren heeft gebracht. Een beoordeling daarvan zou betekenen dat uw rechtbank niet de Uitspraak maar het geschil zou beoordelen.

38. Voorts is het argument van Eiser ook inhoudelijk onjuist.

39. De werkwijze van Pretium Telecom is volledig in overeenstemming met artikel 7:46c lid 1, 7:46d lid 1 jo. 7:46i lid 6 BW. Dit blijkt ook uit de vele uitspraken waarin inmiddels de verkoopdocumentatie inclusief scripts, voicelogs en welkomstmap zijn getoetst (zie productie D). De wettelijke bedenktermijn van zeven werkdagen gaat conform voornoemde artikelen lopen op het moment dat in het telemarketinggesprek de overeenkomst tot stand komt. Pretium Telecom legt dit vast in de zogenaamde welkomstbrief die standaard de eerstvolgende werkdag na het telemarketinggesprek verzonden wordt.

40. Doordat Pretium Telecom consumenten, en dus ook Eiser, een bedenktermijn van 7 werkdagen vanaf dagtekening van de betreffende welkomstbrief gunt, wordt de facto een langere bedenktermijn geboden dan wettelijk voorgeschreven. Pretium Telecom voldoet met de vermelding van de bedenktermijn van zeven werkdagen na dagtekening in de welkomstbrief derhalve zonder meer aan het wettelijke vereiste in artikel 7:46c, tweede lid aanhef en onder a). Pretium Telecom geeft de consument zoals gezegd zelfs meer tijd dan wettelijk is vereist.

41. Voorts vereist de wet niet - anders dan Eiser veronderstelt - dat in het telemarketinggesprek de adresgegevens bekend worden gemaakt. Pretium Telecom vermeldt in de welkomstbrief haar adresgegevens.

42. De belangrijkste kenmerken van de dienst worden voorts wel degelijk genoemd (zie ook het script opgenomen in productie C, bijlage 3). Hiermee verstrekt zij de consument alle informatie die haar telefoondienst kenmerkt. De prijs en de gesprekskosten worden daarna nog eens in de welkomstbrief met bijbehorende welkomstmap kenbaar gemaakt. Bovendien is ook dit een klacht die Eiser in het kader van de procedure bij de Geschillencommissie niet heeft aangevoerd.

43. Verder is Eiser er expliciet op gewezen dat Pretium Telecom het abonnement van de bestaande aanbieder van de consument overneemt hetgeen impliceert dat Pretium Telecom op deze wijze het bestaande abonnement voor de consument beeindigd.

44. Tot slot is Pretium Telecom gerechtigd om een consument telefonisch toestemming te vragen om de verschuldigde bedragen automatisch te incasseren. Verwezen wordt naar hetgeen hierboven in de randnummers 33 en 34 is weergegeven.

45. De stelling van Eiser dat de Uitspraak van de Geschillencommissie in strijd is met dwingendrechtelijke bepalingen snijdt dus geen hout en kan niet leiden tot de conclusie dat de Geschillencommissie niet in redelijkheid tot de Uitspraak had kunnen komen.

Nb. Eiser verwijst in de dagvaarding nog naar de WLR maatregelen van OPTA. Deze WLR maatregelen zijn echter geen dwingend wettelijke bepalingen, maar slechts een richtlijn die tussen marktpartijen is besproken. Bovendien wordt daaraan in de praktijk uitvoering gegeven door 7 werkdagen vanaf de datum van verzending van de opt-out brief te hanteren.

Onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid

46. Zoals onder randnummers 23 tot en met 25 al is uiteengezet komt een bindend advies alleen voor vernietiging in aanmerking als de inhoud daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Voor deze maatstaf is aansluiting gezocht bij artikel 6:248 lid 2 BW. Uit de jurisprudentie bij dit artikel blijkt dat de term onaanvaardbaar impliceert dat terughoudendheid is geboden.(Zie bijvoorbeeld HR 9 januari 1998, NJ 1998, 363 en HR 25 februari 2000, NJ 2000, 471). Op grond van de hierboven besproken stellingen van Eiser is al geconcludeerd dat geen van deze stellingen kan leiden tot de conclusie dat de uitspraak van de Geschillencommissie onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Eiser heeft voor het overige ook geen argumenten of omstandigheden aangevoerd waaruit deze onaanvaardbaarheid zou moeten blijken.

Geen recht op schadevergoeding

47. In de Uitspraak heeft de Geschillencommissie de niet gespecificeerde en niet onderbouwde vordering van Eiser tot "vergoeding van alle directe en indirecte schade" afgewezen. Gezien hetgeen hierboven is aangevoerd komt de Uitspraak niet voor vernietiging in aanmerking. Ook om die reden dient de vordering tot schadevergoeding te worden afgewezen.

48. Voor zover uw rechtbank van oordeel is dat de Uitspraak wel vernietigd dient te worden, kan dit er niet toe leiden dat de vermeend door Eiser geleden schade voor vergoeding in aanmerking komt. Eiser toont op geen enkele wijze aan dat schade is geleden en dat sprake is van een causaal verband tussen het handelen van Pretium Telecom en de vermeende geleden schade. Bovendien genoot Eiser als gevolg van zijn overstap naar Pretium Telecom juist financieel voordeel als gevolg van de lagere abonnementskosten.

49. Indien uw rechtbank van oordeel is dat Eiser wel een schadevergoeding toekomt, dan kan deze vergoeding niet meer bedragen dan de vergoeding die de Geschillencommissie toekent in die gevallen waarin de klager in een geschil met Pretium Telecom in het gelijk is gesteld. Uit de uitspraken van de Geschillencommissie kan worden afgeleid dat immateriele schade en aan het geschil bestede tijd komen nimmer voor vergoeding in aanmerking komen.

Bewijsaanbod

50. Pretium biedt aan, doch slechts voor zover op grond van artikel 150 Rv de bewijslast op haar zou rusten, al hetgeen door haar wordt gesteld te bewijzen door alle middelen rechtens, in het bijzonder middels de overgelegde schriftelijke bewijsstukken.

MET CONCLUSIE:

Dat het de Edelachtbare Heer/Vrouwe Kantonrechter moge behagen om,

Primair: Zich terzake van de onderhavige procedure onbevoegd te verklaren dan wel eiser niet ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen;

Subsidiair: voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, eiser zijn eisen te ontzeggen en aldus zijn vorderingen af te wijzen

Primair en Subsidiair: Eiser te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Deze zaak wordt bij Bird & Bird behandeld door mr. C.E. Santman.