Index

Verweer van Pretium bij Geschillencommissie

VERWEERSCHRIFT van

PRETIUM TELECOM B.V.

inzake de klacht van

DE HEER ........


Aan de Geschillencommissie Telecommunicatie, te 's-Gravenhage

Datum: 27 februari 2008
Dossiernummer: TEL07-1721

Verweerschrift van
Pretium Telecom B.V., gevestigd te Haarlem, te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van Bird & Bird, advocaten, te 's-Gravenhage, Van Alkemadelaan 700 (Postbus 30311, 2500 GH, 's-Gravenhage), van wie mr ......... als gemachtigde wordt gesteld, zulks met het recht van substitutie, en wie als zodanig dit verweerschrift ondertekent.


1. Pretium Telecom B.V. (hierna: "Pretium") is door uw geschillencommissie in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 27 februari 2008 te reageren op de door de heer .... (hierna "Klager") jegens Pretium ingediende klacht. Hierbij, en derhalve tijdig, dien ik namens Pretium het gevraagde verweerschrift in.


2. Het door Klager bij uw commissie aanhangig gemaakte geschil moet worden gezien binnen de context van de invoering van Wholesale Line Rental (hierna ook "WLR") in Nederland. Die invoering is het gevolg van regulering door OPTA op basis van de Telecommunicatiewet en heeft plaatsgevonden na jarenlange procedures en tegenwerking door KPN (zie de volgende uitspraken: OPTA/TN/2005/203470 Marktanalysebesluit voor toegang tot het vaste openbare telefoonnetwerk, 21 december 2005; OPTA FN/2006/202304 Besluit inzake implementatie WLR 23 augustus 2006; OPTA/TN/2006/203318 Besluit Tariefregulering WLR, 15 december 2006; Vz CBB 10 februari 2006; LJN: AV1487 en CBB 30 november 2006, LJN: ZA3361).


3. Wholesale Line Rental maakt het sinds 1 januari 2007 mogelijk voor consumenten om niet alleen voor hun uitgaande telefoongesprekken een alternatieve aanbieder zoals Pretium of Tele2 te kiezen (carrier (pre) select of CPS-dienst), maar ook om voor het abonnement voor hun vaste telefoonverbinding (vastnetabonnement) over te stappen op deze aanbieders.


4. De gevolgen van de invoering van WLR zijn zeer goed merkbaar. Eindgebruikers stappen voor hun vastnetabonnement in groten getale over naar WLR aanbieders omdat zij daarmee de beschikking krijgen over een vergelijkbare dienst tegen lagere kosten. Zo besparen klanten van Pretium ruim 20 euro per jaar op hun Pretium Basis abonnement in vergelijking met het vergelijkbare abonnement van KPN.


5. In 2007 zijn er meer dan 140.000 abonnees overgestapt van KPN naar Pretium voor hun vastnetabonnement. KPN heeft alles op alles gezet om dit te voorkomen en terug te draaien en heeft daarbij op vele manieren onrechtmatig jegens Pretium gehandeld onder meer door zich op grote schaal op onrechtmatige wijze jegens eindgebruikers negatief uit te laten over Pretium via de KPN Helpdesk, de KPN Primafoonwinkels en in mailings. Ook heeft KPN consumenten op grote schaal op onrechtmatige wijze aangezet tot het indienen van geschillen bij onder meer de Geschillencommissie. De Voorzieningenrechter in Den Haag heeft KPN in dit verband in 2007 tot tweemaal toe in kort geding veroordeeld. Het eerste vonnis dateert van 11 juni 2007 (bijlage 1) en het tweede vonnis van 17 oktober 2007 (bijlage 2).


6. Klager heeft de volgende klachten tegen Pretium aangevoerd: (A) bij Klager is de indruk gewekt dat er tijdens het telemarketinggesprek gebeld werd namens KPN in plaats van Pretium, (B) Klager beroept zich op tijdige opzegging van de overeenkomst op grond van de Wet Koop op Afstand, (C) Klager betwist de rechtsgeldige overeenkomst tot automatische incasso en (D) Klager verzoekt om terugbetaling van (abonnements)kosten en/of een aanvullende kostenvergoeding.


7. Pretium voert met betrekking tot de door Klager ingediende klachten de volgende verweren aan.


A. Tussen Pretium en Klager is een rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen: Pretium heeft geen enkele twijfel over haar identiteit laten bestaan.




8. Klager stelt dat Pretium Klager zou hebben misleid omtrent haar identiteit.


9. Van misleiding is echter geen sprake. Pretium heeft haar wervingsproces zorgvuldig ingericht en draagt er voor zorg dat er geen enkele twijfel over haar identiteit kan bestaan. Voor de werving van klanten via telemarketing hanteert Pretium de volgende procedure:

- telefoongesprekken met mogelijke klanten vinden plaats volgens een voorgeschreven script (voorbeelden bijlage 3)

Indien een eindgebruiker klant van Pretium wil worden, wordt de telefonische wilsovereenstemming vastgelegd in een zogenaamde voicelog. Dat is dus het gedeelte van het telefoongesprek met de wilsovereenstemming.

- Vervolgens krijgt de klant een welkomstbrief, waarin een opt-out clausule is opgenomen, met daarbij een welkomstmap (bijlage 4). In de welkomstmap die de bijlagen bij de welkomstbrief bevat, treft de klant de volgende informatie aan: de inhoud van de Pretium Garantie Voice, een overzicht met antwoorden op de meest gestelde vragen, een handleiding met betrekking tot het instellen van de Pretiurn voicemail, informatie omtrent de abonnementen en een overzicht met de door Pretium gehanteerde tarieven.

- Indien de klant vervolgens binnen de opt-out termijn gebruik maakt van de opt-out mogelijkheid (dat kan telefonisch of schriftelijk) dan komt de overeenkomst alsnog niet tot stand en ontvangt de klant een opt-out bevestigingsbrief (bijlage 5).

- Wanneer de opt-out termijn ongebruikt verstrijkt, doet Pretium vervolgens een verzoek tot overname van het vastnetabonnement aan KPN. Pretium ontvangt vervolgens van KPN bericht of het verzoek tot overname van het vastnetabonnement door KPN wordt geaccepteerd. Zodra Pretium dit bericht van KPN ontvangt, bevestigt zij de acceptatie door KPN en de plandatum voor de overgang van het vastnetabonnement aan de klant (bijlage 6).

- Zodra de overname van het vastnetabonnement een felt is, bevestigt Pretium dit aan de klant (bijlage 7).

- Wanneer na het verstrijken van de opt-out termijn nog verzoeken om annulering bij Pretium binnenkomen, dan onderzoekt Pretium op basis van de voicelogs of er een rechtsgeldige wilsovereenstemming tot stand is gekomen. Indien dat onverhoopt niet het geval blijkt te zijn, wordt meegewerkt aan de overdracht van het abonnement aan een andere aanbieder (bijlage 8). Indien wel een rechtsgeldige wilsovereenstemming tot stand is gekomen, dan ontvangt de klant bericht dat hij wel over kan stappen, maar dat de resterende maandtermijnen in dat geval in een keer in rekening worden gebracht (bijlage 9). De klant moet in dat geval zelf een nieuw contract met de aanbieder van zijn keuze aangaan.


10. De hiervoor beschreven door Pretium toegepaste procedure is volledig in overeenstemming met de OPTA Gedragsregels die als onderdeel van de regulering door OPTA van de CPS dienstverlening zijn vastgesteld (bijlage 10). Niet alleen Pretium maar alle marktpartijen (waaronder ook KPN) hanteren soortgelijke wervingsprocedures. waarbij de wilsuiting van de klant om naar een andere aanbieder over te stappen wordt bevestigd middels de combinatie van voicelog en welkomstbrief en waarbij de opt-out mogelijkheid in de welkomstbrief wordt geboden. Ook in de door OPTA vastgestelde WLR-maatregelen komen deze elementen terug (bijlage 11, totaal pakket maatregelen ter verbetering van WLR-proces d.d. 21 juni 2007).


11. Pretium ziet er bij de werving van nieuwe klanten zeer nauwkeurig op toe dat telemarketing bureaus zich aan de door haar voorgeschreven regels houden. Verwezen wordt naar de interne instructie "Management TM bureaus" van Pretium, overgelegd als bijlage 12. Ook wordt er nadrukkelijk op toegezien dat telemarketeers juiste informatie vestrekken en er geen enkel misverstand over laten bestaan dat namens Pretium en niet namens KPN wordt gebeld. Pretium verwijst in dit kader ook naar de scripts waaruit blijkt dat de naam 'Pretium' in elk gesprek maar liefst 10-15 keer wordt genoemd.


12. Pretium heeft er ook geen enkel belang bij dat verwarring zou ontstaan omtrent haar identiteit . Integendeel , als een telemarketeer zich niet aan de scripts en instructies van Pretium houdt, wordt van het callcenter verlangd dat de desbetreffende persoon niet meer voor Pretium belt. Zie de kopieen van emails van Pretium aan telemarketingbureaus (bijlage 13).


13. Ook in geval van Klager is er volgens bovenstaande werkwijze een overeenkomst tot stand gekomen. Uit de voicelog (bijlage 14) in samenhang met het standaardscript, volgt duidelijk dat namens Pretium wordt gebeld en dat er geen sprake is van misleiding.


14. Dit heeft uw commissie ook reeds in haar eerdere uitspraken bevestigd. Zoals in de inleiding is aangegeven hebben de onrechtmatige handelingen van KPN immers een stroom van geschillen bij de Geschillencommissie Telecommunicatie uitgelokt. Een aantal van deze zaken is reeds aan de commissie voorgelegd en heeft geleid tot uitspraken die de lijn zetten voor beoordeling van de overige klachten nu de omstandigheden van het geval doorgaans niet verschillen (uitspraken d.d. 9 oktober 2007 met de nummers TEL07-0660/TEL07-0932/TEL07-0592/TEL07-0582/TEL07-0439/TEL07-0541/TEL07-0454 en uitspraken d.d.27 november 2007 met de nummers TEL07-0862/TEL07-0811/TEL07-0838/TEL07-0760/TEL07-0656/TEL07-0618/TEL07-0577/TEL07-0963). In de uitspraken van 27 november heeft uw commissie ten aanzien van de vermeende misleiding onder meer het volgende overwogen:

'Uit de voicelog, dat voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld, blijkt onverkort dat tussen partijen een overeenkomst is afgesloten. De naam van de ondernemer is tijdens dit deel van het gesprek meermalen genoemd. De commissie gaat er van uit dat de naam van de ondernemer ook tijdens het deel van het gesprek dat niet is opgenomen, genoegzaam bekend is gemaakt overeenkomstig het door de ondernemer overgelegde standaardscript. Het standpunt van de consument dat deze heeft begrepen met een ander zaken te hebben gedaan dan de ondernemer wordt derhalve gepasseerd' (vgl. bijvoorbeeld Tel07-0838, Tel07-0811, Tel07-0862 en Tel07-0618).


15. In de 9 oktober uitspraken heeft de commissie meer uitgebreid gemotiveerd waarom zij van oordeel is dat er geen sprake is van misleiding:

'Het telefoongesprek tussen de consument en (een medewerker van) de ondernemer is slechts gedeeltelijk opgenomen (voicelog). Aan het opgenomen gedeelte gaat een inleidend, commercieel gesprek vooraf dat niet wordt opgenomen. De ondernemer heeft aangevoerd dat ook het inleidende telefoongesprek gevoerd wordt aan de hand van een vast script, dat er streng op wordt toegezien dat het script wordt gevolgd en dat bij gebleken afwijkingen van het script wordt ingegrepen, bijvoorbeeld door de samenwerking met het betreffende telemarketingbureau te beeindigen.

Hoewel dit bij gebreke van een opname van het volledige telefoongesprek niet voor de volle 100% is vast te stellen, neemt de commissie tot uitgangspunt dat ook het inleidende telefoongesprek volgens het script wordt gevoerd.

De commissie heeft geen aanwijzingen dat in het telefoongesprek met de consument het script niet is gevolgd. Zowel uit de transcriptie van de voicelog, als uit de door de commissie in aanwezigheid van partijen beluisterde bandopname blijkt dat het script voor het opgenomen gedeelte van het telefoongesprek in ieder geval voor wat betreft de wezenlijke onderdelen is gevolgd. Uit het script van het niet opgenomen gedeelte van het telefoongesprek blijkt dat de naam van de ondernemer reeds in het de eerste zin expliciet wordt genoemd, hierna nog tien keer wordt herhaald en dat de naam van KPN enkel in vergelijking met de diensten en voorwaarden van de ondernemer wordt genoemd. Bovendien heeft de consument de expliciete vraag in het opgenomen gedeelte van het telefoongesprek of hij - kort gezegd - een overeenkomst met de ondernemer wilde afsluiten en instemde met automatische incasso van de abonnements- en gesprekskosten met "ja" beantwoord. De commissie heeft naar aanleiding van het beluisteren van de bandopname ook geen enkele aanwijzing dat het (de echtgenote van) de consument niet duidelijk was waar het om ging. Voor de veronderstelling van de consument dat de bandopname door de ondernemer zou zijn gemanipuleerd, heeft de commissie eveneens geen enkele aanwijzing. Onder deze omstandigheden heeft de ondernemer voldaan aan haar bewijsplicht dat er sprake is geweest van wilsovereenstemming tussen partijen. Tussen partijen is derhalve naar het oordeel van de commissie een geldige overeenkomst gesloten.[...]

Bovendien heeft de ondernemer, voor het geval dit telefoongesprek toch nog tot misverstanden zou hebben geleid, de consument kort na het telefoongesprek een welkomstbrief (de zogenoemde "opt-out "-brief toegestuurd, waarin melding wordt gemaakt van de mogelijkheid om binnen [...] werkdagen na dagtekening van deze brief af te zien van het abonnement' (4 TEL07-0592 en TEL07-0439).

16. De commissie heeft slechts in een incidenteel geval geoordeeld dat dit anders is, namelijk in het geval waarin naar de mening van de commissie uit de voicelog niet bleek dat het script op wezenlijke onderdelen was gevolgd. Dit betrof een enkel geval waarin door de telemarketeer niet het volledige script was gevolgd en aldus niet was vermeld dat het ging om een jaarabonnement en dat de abonnementskosten automatisch worden geincasseerd. In dat geval is, aldus de commissie, de voicelog te summier om uitsluitend op grond hiervan te kunnen concluderen dat er sprake is geweest van wilsovereenstemming en dus van een overeenkomst tussen de consument en de ondernemer (TEL07-0541). In alle andere gevallen waarin deze wezenlijke onderdelen wel werden vermeld, is naar het oordeel van de commissie geen sprake van misleiding en dient er van te worden uitgegaan dat er sprake is geweest van wilsovereenstemming.


17. Nu in het geval van Klager de voicelog (bijlage 14) geheel overeenkomstig het script is en alle wezenlijke onderdelen kent (genoemd wordt dat er met Pretium een overeenkomst wordt aangegaan, dat er sprake is van een jaarabonnement en dat de abonnementskosten automatisch worden ge-ind), kan niet anders dan worden geoordeeld dat er geen sprake is van misleiding. Tussen Klager en Pretium is een overeenkomst tot stand gekomen. De klacht van Klager dient te worden afgewezen.


B Tussen Pretium en Klager is een rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen: Pretium heeft een juiste opt-out termijn gehanteerd.




18.De tweede klacht van Klager betreft de stelling dat Klager de overeenkomst met Pretium tijdig zou hebben geannuleerd.


19. Deze stelling is onjuist. In de welkomstbrief d.d. 1 oktober 2007 verzonden na het telefoongesprek met Klager, heeft Pretium Klager in de gelegenheid gesteld om de overeenkomst te annuleren door "binnen zeven werkdagen vanaf dagtekening van deze brief" contact op te nemen met Pretium (bijlage 15).


20. Klager is er dus op gewezen dat hij binnen een terrnijn van zeven werkdagen af kan zien van het contract met Pretium. Daarmee heeft Pretium voldaan aan de in artikel 7:46c lid 2 BW neergelegde informatieplicht. Een beroep op artikel 7:46d BW waarin staat dat ingeval van schending van de informatieplichten de termijn waarbinnen de overeenkomst kan worden ontbonden geen 7 werkdagen maar drie maanden betreft, gaat dus niet op.


21. Klager heeft pas bij brief van 16 oktober 2007 en dus niet binnen of vlak na die bedenktermijn, bericht dat hij van de opt-out mogelijkheid gebruik wil maken.


22. Kortom, Klager heeft de bedenktermijn ongebruikt laten verstrijken waardoor de overeenkomst niet tijdig is geannuleerd. Er is derhalve sprake van een rechtsgeldige overeenkomst, de klacht van Klager dient derhalve ook op dit punt te worden afgewezen.


23. Dit is in de eerdere uitspraken ook door uw commissie bevestigd. Uw commissie overwoog onder meer het volgende:

'Anders dan in sommige andere zaken die momenteel aanhangig zijn, is in deze zaak door de ondernemer een wettelijke termijn van zeven dagen in acht genomen. Deze termijn is blijkens het door de ondernemer gebruikte en in deze procedure overgelegde standaardscript mondeling aan de consument medegedeeld en ook schriftelijk bevestigd. (...) Vast staat dat de consument pas na ommekomst van genoemde termijn van zeven dagen, en dus te laat, gebruik heeft gemaakt van haar wettelijke bevoegdheden om de overeenkomst te be-eindigen .

Nu de overeenkomst geldig tot stand is gekomen en de consument te laat van haar wettelijke bevoegdheden gebruik heeft gemaakt, is de commissie van oordeel dat het abonnement geldig is en nageleefd moet worden. De klacht wordt derhalve verworpen' (TEL07-0811, p. 3).


C Er is met Klager een rechtsgeldige overeenkomst tot automatische incasso gesloten.




24. Klager klaagt erover dat de automatische incasso niet rechtsgeldig tot stand zou zijn gekomen omdat deze niet in overeenstemming zou zijn met de voorwaarden die Currence stelt aan de telefonische automatische incasso.


25. Dit is echter onjuist. Currence is geen autoriteit of regelgevende instantie die dwingende voorwaarden kan opleggen. Het is een joint venture tussen de grote Nederlandse banken. Currence insinueert dat er aan een telefonische machtiging extra eisen zijn verbonden, waaronder een verbod op het vragen van een telefonische machtiging bij koude werving. Hiervoor bestaat echter geen enkele juridische grond. Er bestaat geen enkele wettelijke regel die deze voorwaarden stelt aan het vragen van telefonische machtigingen. De door Currence genoemde regel is feitelijk niet meer dan een richtlijn van Currence of hooguit een private afspraak tussen de banken. De banken zelf verbinden overigens ook geen consequenties aan het niet naleving van deze voorwaarden.


26. De civielrechtelijke relatie tussen Pretium en haar bank, die overigens vanaf 1995 dateert, is de enige die relevant is voor de vraag of en onder welke voorwaarden Pretium van haar klanten een telefonische machtiging kan verkrijgen. Daarnaast is er de civielrechtelijke relatie tussen de consument en haar bank die bepaalt onder welke voorwaarden een consument die meent dat ten onrechte een automatische incasso is ingesteld, deze automatische incasso kan beeindigen of bedragen kan laten storneren. Er is geen regel die telefonische machtiging bij koude werving verbiedt. Het aangaan van een mondelinge overeenkomst tot automatische incasso zoals blijkens de voicelog met Klager in het telemarketing gesprek heeft plaatsgevonden, is in overeenstemming met de wet.

Dit heeft de commissie ook in haar eerdere uitspraken bevestigd:

'De ondernemer is bevoegd om, ook mondeling, een afspraak te maken terzake van automatische incasso op de wijze zoals is geschied. Uit het voicelog blijkt ook dat deze afspraak helder en ondubbelzinnig tot stand is gekomen' ( Zie bijvoorbeeld TEL07-08 11).


28. De klacht van Klager dient derhalve ook op dit punt te worden afgewezen.


29. Overigens bestaat de procedure voor het aangaan van een telefonische machtiging uit meer dan de enkele vraag in het telemarketinggesprek. Pretium gaat daarbij zorgvuldig te werk: mondelinge aanvaarding van de telefonische machtiging door de klant wordt vastgelegd in de voicelog; de telefonische machtiging wordt bevestigd in de welkomstbrief waarbij wordt aangegeven wanneer en op welke wijze wordt geincasseerd; in de welkomstrnap treft de klant een persoonlijke gegevens kaart aan waarop naam en incassorekeningnummer wordt bevestigd, met het verzoek eventuele wijzigingen door te geven.


D Klager heeft geen recht op terugbetaling van (abonnements)kosten en/of een kostenvergoeding.




30. Voor zover uw commissie van oordeel is dat er geen sprake zou zijn van een rechtsgeldige overeenkomst - hetgeen Pretium uitdrukkelijk betwist - geldt dat Klager geen recht heeft op terugbetaling van (abonnements)kosten.


31. In de eerdere uitspraken heeft de commissie dat ten onrechte bepaald onder de volgende overweging:

'De ondernemer heeft naar voren gebracht dat er in de weigering van de consument in te gaan op het schikkingsvoorstel van de ondernemer aanleiding bestaat om het abonnementsgeld gedurende de maanden dat de consument gebruik heeft gemaakt van de diensten van de ondernemer in rekening te brengen. Alhoewel de redelijkheid van dit standpunt, met name van de zijde van de ondernemer, wel valt in te zien, is het in strijd met het bepaalde in artikel 7:46d, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals hiervoor weergegeven. Dat betekent dat ook het abonnementsgeld niet verschuldigd is.

Voor zover de consument wel abonnementskosten aan de ondernemer heeft betaald, dient de ondernemer deze bedragen aan de consument terug te betalen. Eventuele gesprekskosten blijven wel voor rekening van de consument. De consument heeft deze kosten immers zelf gemaakt en hier ook voordeel van gehad.

(... )

Het verzoek om een vergoeding van andere kosten wijst de commissie af, omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de consument daadwerkelijk kosten heeft gemaakt'.8


32. Voor de duidelijkheid: Pretium is het eens met het oordeel van uw commissie dat de gesprekskosten voor rekening komen van Klager en gaat er vanuit dat dit ook voor onderhavig geval geldt nu Klager deze kosten immers zelf heeft gemaakt en hier ook voordeel van heeft gehad. Pretium is het niet eens met het oordeel dat Klager geen abonnementsgelden hoeft te betalen vanaf het moment van ontbinding. Pretium heeft hiertegen twee bezwaren.


33. Ten eerste is het oordeel van de commissie in strijd met de redelijkheid en billijkheid omdat het resultaat van dit oordeel is dat de consument vanaf het moment van zijn overstap naar Pretium en in afwachting van een uitspraak van de commissie gratis kan bellen, althans helemaal geen abonnementskosten hoeft te betalen, noch aan KPN, noch aan Pretium. En dat terwijl Pretium wel moet betalen voor Wholesale-diensten (het gebruik van de telefoonlijn) die zij van KPN afneemt.


34. Ten tweede is het oordeel van de commissie onredelijk omdat Klager geen enkele financiele schade heeft geleden over de periode dat Klager bij Pretium klant was. Het abonnement van Pretium is circa e 20 per jaar goedkoper dan dat van KPN en ook de gesprekskosten zijn bij Pretium lager, terwijl de functionaliteit van de aansluiting identiek is.


35. Een vergelijking van de abonnementskosten (de lagere gesprekskosten zijn in dit overzicht niet meegenomen) van Pretium met die van KPN levert het volgende overzicht op.

(weggelaten.......)


36. Voor zover uw commissie dus van oordeel is dat de overeenkomst enkele maanden geleden ontbonden zou zijn, hetgeen Pretium uitdrukkelijk betwist, dan is er op grond van de redelijkheid en billijkheid geen reden waarom Klager vanaf het moment van ontbinding geen abonnementskosten zou moeten betalen. Dit zou immers betekenen dat Klager al die maanden gratis heeft kunnen bellen.


37. Ten aanzien van het verzoek tot kostenvergoeding geldt dat Klager dit verzoek onvoldoende heeft gespecificeerd. Los daarvan geldt op grond van het reglement van uw commissie dat de kosten voor de behandeling van het geschil voor rekening van partijen komen, behoudens in geval van bijzondere omstandigheden. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn hier niet aanwezig.


38. Dit heeft uw commissie in de eerdere uitspraken ook aangegeven. De commissie overwoog onder meer:

'De door de consument aan het geschil met de ondernemer bestede tijd komt niet voor vergoeding; in aanmerking. De consument heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij door toedoen van de ondernemer daadwerkelijk schade (inkomensverlies) heeft geleden; het enkele feit dat de consument (vrije) tijd aan het geschil met de ondernemer h eeft besteed, is onvoldoende voor het toekennen van een vergoeding' (Tel07-0660).

en

'Het verzoek om een vergoeding van gemaakte kosten wijst de commissie overigens af. Deze kosten zijn onvoldoende aannemelijk geworden. Daar komt bij dat de consument een zeker financieel voordeel heeft, doordat hij gedurende enkele maanden gebruik heeft kunnen maken van de diensten van de ondernemer, zonder dat hij daarvoor abonnementsgeld verschuldigd is. Het is naar het oordeel van de commissie onder die omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar om te komen tot een onkostenvergoeding'.

Voor zover uw commissie echter toch van oordeel zou zijn dat er een zekere vergoeding moet worden toegekend geldt dat dit in lijn van de eerdere uitspraken niet hoger kan zijn dan een bedrag van maximaal euro 25 (Tel07-0660).


CONCLUSIE




40. Voor Klager geldt kortom dat er een rechtsgeldige overeenkomst tot levering van het vastnetabonnement door Pretium tot stand is gekomen. Klager is telefonisch met de overname van het vastnetabonnement akkoord gegaan; dit telefoongesprek is vastgelegd in een valide voice log. Klager heeft vervolgens de door Pretium gehanteerde welkomst/opt-out brief ontvangen met de daarin de wettelijk voorgeschreven opt-out termijn. Klager heeft niet tijdig gebruik gemaakt van deze opt-out termijn. Klager dient de gesloten overeenkomst na te leven.


41. Concluderend verzoekt Pretium de Geschillencommissie om de klacht ongegrond te verklaren en de vorderingen van Klager af te wijzen.


Overeenkomstig het verzoek van de Geschillencommissie worden de Algemene Voorwaarden van Pretium aan dit verweerschrift gehecht als bijlage 16 en wordt hierbij aangegeven dat de eventuele depotbedragen die door Klager aan de Geschillencommissie zijn overgemaakt kunnen worden gestort op ING Bank rekeningnummer 675154413 t.n.v. Pretium Telecom B.V.


mr. ......... gemachtigde